Per 1 januari 2019 zijn aanpassingen doorgevoerd in de systematiek voor het vaststellen van achterstand. Per 2019 gelden de volgende criteria:
• percentage inwoners met laag inkomen;
• percentage niet actieven;
• percentage niet-westerse allochtonen en MOE-landers.
De belangrijkste veranderingen zijn het schrappen van het criterium ‘omgevingsadressendichtheid’ en het aantal ingeschreven verzekerden waarvoor de huisarts een opslag krijgt.
Vanaf 2019 is structureel 11,8 miljoen meer budget voor de opslag op het inschrijftarief. Dit ontvangen huisartsen direct van de zorgverzekeraars. Per patiënt met een achterstandspostcode is de opslag ongeveer € 21,50 per jaar. In 2018 bedroeg de opslag nog € 6,68. Het budget voor de regionale fondsen is sinds 1997 hetzelfde gebleven. Per verzekerde patiënt met een achterstandspostcode gaat vanaf 2019 een bedrag van € 3,64 naar de regio’s.
Achterstandspostcodes worden elke vier jaar vastgesteld door de NZA.
Per 1 januari 2023 geldt een nieuwe herijkte postcodelijst voor een periode van vier jaar.