- DE ACHTERSTANDSFONDSEN -

Ondersteuning van de huisartsenzorg in achterstandswijken

Info

Doelstellingen

Het door de LHV en ZN ontwikkelde beleid is samen te vatten in de volgende doelstellingen:

  • Behoud van de beschikbaarheid van kwalitatief goede huisartsenzorg in achterstandsgebieden
  • Opheffen van de discrepantie tussen werklast en inkomen

Achterstandsfinanciering

Achterstandsfinanciering bestaat uit twee componenten:

  • Een vergoeding voor huisartsen in achterstandswijken in de vorm van een toeslag op het inschrijftarief voor iedere verzekerde die woonachtig is in een achterstandsgebied.
  • Een andere deel gaat naar regionale fondsen. Per jaar wordt een bedrag per verzekerde gestort in de regio’s. De middelen uit de fondsen zijn bedoeld voor de ondersteuning van de huisartsenpraktijken met patiënten in geïdentificeerde achterstandspostcodegebieden.


Per 1 januari 2019 zijn aanpassingen doorgevoerd in de systematiek voor het vaststellen van achterstand en zijn de postcodes herijkt.
De belangrijkste veranderingen zijn het schrappen van het criterium ‘omgevingsadressendichtheid’ en het aantal ingeschreven verzekerden waarvoor de huisarts een opslag krijgt, is verruimd naar 1,5 miljoen (dit was 900.000).

Vanaf 2019 is structureel 11,8 miljoen meer budget voor de opslag op het inschrijftarief. Dit ontvangen huisartsen direct van de zorgverzekeraars. Per patiënt met een achterstandspostcode is de opslag ongeveer € 20 per jaar. In 2017 bedroeg de opslag nog € 6,68. Het budget voor de regionale fondsen is sinds 1997 hetzelfde gebleven. Per verzekerde patiënt met een achterstandspostcode gaat vanaf 2019 een bedrag van € 3,64 naar de regio’s.

Achterstandspostcodes worden elke vier jaar vastgesteld. Per 2019 op basis de volgende criteria:
• percentage inwoners met laag inkomen;
• percentage niet actieven;
• percentage niet-westerse allochtonen en MOE-landers.

Beheer

Huisartsen en de (regionale) ziektekostenverzekeraar(s) beheren paritair het fonds. Zij beslissen samen over bestedingen. Voor de toekenning van middelen en de evaluatie van de besteding zijn in 1996 acht criteria overeengekomen:

  1. Leidt de activiteit tot vermindering van de werklast van de huisarts door extra assistentie in de praktijk?
  2. Leidt de activiteit tot vermindering van de werklast van de huisarts door praktijkverkleining (voor zover er sprake is van praktijken met een Norm- of BovenNorm-Omvang)?
  3. Leidt de activiteit tot vermindering van de werkbelasting tijdens de dienst?
  4. Wordt de toegankelijkheid en beschikbaarheid van HA-zorg bevorderd?
  5. Wordt de positie van de huisarts als poortwachter verbeterd?
  6. Wordt het gepast gebruik van HA-zorg gestimuleerd (b.v. voorlichting om oneigenlijke hulpvraag terugdringen)?
  7. Wordt er specifiek (medisch) beleid voor doelgroepen gemaakt (voorlichting, speciale spreekuren, samenwerking, e.d.)?
  8. Wordt de samenwerking met andere disciplines (specialisten, ziekenhuizen, RIAGG, AMW, fysiotherapie, etc.) bevorderd, gegeven de complexe context van een grote stad?

De Achterstandsfondsen ondersteunen huisartsenpraktijken in achterstandswijken om de kwaliteit van huisartsenzorg te bevorderen. Zij financieren projecten op basis van knelpunten die in de huisartsenpraktijken in achterstandswijken worden ervaren.

Referenties

Devillé, W.; Habraken, J.M.; de Bakker, D.H. (2003) Huisartsenzorg in achterstandsgebieden. Evaluatie van 5 jaar beleid: 1997-2002. NIVEL, Utrecht.

Wiegers, T.A.; Devillé, W. (2008) Herijking stedelijke achterstandsgebieden 2008. NIVEL, Utrecht.

Luijten, M.C.G.; Tjadens, F.L.J. (1995) Huisartsen in achterstandswijken: de werklast in achterstandswijken in drie grote steden onderzocht. Research voor Beleid, Leiden.